Illustratie: Elmar Noteboom
Illustratie: Elmar Noteboom

Dit verhaal verscheen eerder in Vox #11 (jaargang 15) en is geschreven door Paul van den Broek en Mathijs Noij.

SEPTEMBER 2011
Opgepakt in Kinshasa
De politieke oppositiepartij Union pour la Démocratie et le Progrès Social organiseert een demonstratie in de straten van Kinshasa, hoofdstad van de Republiek Congo. Maggis (28) is al jaren actief in de partij. Hij mobiliseert jongeren voor manifestaties. ‘Ik wil Congo vooruit helpen. Te ­weinig jonge mensen hebben een goede toekomst.’ Na afloop van de demonstratie wordt Maggis samen met vier partijgenoten opgepakt en in een busje geduwd. ‘Ik had geen idee waar we heen werden gebracht. We waren geblinddoekt.’ In het huis waar hij wordt vastgehouden wachten hem twee lange weken. ‘We werden geslagen, kregen geen eten. Alleen af en toe een beetje water.’

Joris Schapendonk: ‘Voor mijn onderzoek spreek ik met veel migranten, zoals Maggis. Alle verhalen zijn weer anders, elke migrant heeft een andere reden om zijn land te verlaten. Ik staar mij niet blind op cijfers, zoals sommige wetenschappers en journalisten wel doen. Ik kies voor een bijna antropologische benadering: de verhalen achter de cijfers vertellen veel meer. Zo’n aanpak voorkomt dat je de immigranten als een homogene groep gaat zien. Het zijn niet allemaal ongelukkige mensen met Europa als droom. Het is veel ingewikkelder.’

OKTOBER 2011
Vlucht uit Congo
De zwager van Maggis is een hooggeplaatste militair. ‘Hij was een grote jongen in Congo en wilde mij helpen ­ontsnappen, maar stelde wel de eis dat ik het land zou verlaten. Anders zou hij een te groot risico lopen.’ Hoewel Maggis liever bleef, koos hij eieren voor zijn geld. ‘Ik was bang dat ik anders vermoord zou worden.’ De steden ­Kinshasa en Brazzaville zijn de hoofdsteden van de twee gelijknamige landen, Congo-Kinshasa en Congo-Brazzaville, en slechts gescheiden door een rivier. ’s Nachts, want illegaal, steekt Maggis die rivier over om Kinshasa te verlaten, zonder idee waar zijn reis zal eindigen.

Joris Schapendonk: ‘In veel Afrikaanse landen worden mensen gefaciliteerd om grenzen op irreguliere wijze over te steken. Wij noemen dat al gauw mensensmokkel, maar in veel Afrikaanse landen wordt het gezien als dienstverlening. Het is een kwestie van marktwerking die is ontstaan doordat mensen worden beperkt in hun mobiliteit. Lang niet altijd worden migranten door smokkelaars behandeld als slaven. Natuurlijk komt dat voor, in Libië of op weg naar Israël. Maar vaker is er sprake van vrijwillig gebruikmaken van een dienst. Zoals bij de Toeareg, die migranten en goederen al jarenlang door de Sahara loodsen. Zij brengen migranten over de grens van bijvoorbeeld Algerije of Libië, waar anderen het overnemen.’

OKTOBER 2011
Aankomst in Istanboel
Dromen over Europa is voor Maggis niet aan de orde. Het liefst zou hij immers in Kinshasa zijn gebleven, waar hij een baan had in een restaurant. Zijn zwager heeft echter een vlucht geregeld naar Turkije, per vliegtuig via Marokko. Bij aankomst in Istanboel wordt Maggis opgevangen door landgenoten. Een van de mannen die hem helpt, vertelt dat hij over een paar dagen de reis naar Griekenland zal maken. Dit is al voor hem geregeld.

Joris Schapendonk: ‘Ik ben op veel plekken aan de randen van Europa geweest. Ook in Istanboel. In tegenstelling tot wat veel Europeanen denken, staan Afrikaanse migranten daar niet allemaal in de rij om naar Europa te gaan. De sociale netwerken in de stad, de onderlinge solidariteit en de bloeiende informele textielhandel bieden kansen op economisch succes. Hetzelfde geldt voor andere plekken aan de grens van Europa, zoals in Marokko. Sommige migranten besluiten daar te blijven.’

OKTOBER 2011
Met rubberboot naar Griekenland
De grens tussen Turkije en Griekenland is de gevaarlijkste die Maggis oversteekt. Een auto brengt hem naar een plek aan het water. Hij schrikt als hij vier rubberboten ziet klaarliggen. ‘Ik heb het niet op water. In Congo verdronken veel mensen in de rivier.’ Na twee angstige uren in de boot wacht hem een hectische aankomst in Griekenland. ‘We moesten hollen om de grens zo ver mogelijk achter ons te laten, zodat we niet teruggestuurd zouden worden. Na een paar kilometer kwamen we een militair tegen die ons meenam voor registratie.’

Joris Schapendonk: ‘Toen ik studeerde, tien jaar geleden, bereikten de eerste beelden ons van migranten die de Canarische eilanden probeerden te bereiken per boot, of de hekken bij de Spaanse enclaves in Marokko beklommen. Dat wekte mijn interesse. Hoe komt het dat ik in Afrika met open armen word ontvangen, terwijl Afrikanen hun leven moeten wagen om Europa te bereiken? Zelfs Afrikaanse wetenschappers die een congres in Europa ­willen bezoeken, krijgen vaak niet eens een visum.’

FEBRUARI 2012
Eindelijk weg uit Griekenland
Waar Maggis in Griekenland aankomt, hij weet het niet precies. Wel weet hij dat hij nu in Schengengebied is, waardoor hij gemakkelijker kan doorreizen naar andere Europese landen. Pas in Athene, waar Maggis maandenlang verblijft, begint hij na te denken over een toekomstige bestemming. Engeland heeft hij in zijn hoofd. Als fan van Manchester United weet hij ook al naar welke stad hij wil. Hij koopt een vliegticket, en op de zwarte markt tikt hij een paspoort van een lookalike op de kop. Maar op het vliegveld van Athene gaat het mis: hij wordt ontmaskerd en de douane neemt zijn paspoort in. ‘Probeer het niet nog eens, want dan ga je de bak in’, krijgt hij te horen.

Joris Schapendonk: ‘Bij Maggis zie je dat pas gaandeweg zijn droom om Europa te bereiken ontstaat. Zijn leven in Griekenland is niet goed, waardoor hij verder wil. Dat
zie je vaker: de motieven om naar Europa te migreren veranderen onderweg. Maggis verliet Congo om politieke redenen, maar voor zijn vervolgstappen heeft hij ook andere argumenten gehad. Daar is vaak niet genoeg oog voor. Óf je bent een gelukszoeker, óf een politieke vluchteling. We denken over migranten vaak zwart-wit: dat ze worden gedreven door angst óf een streven naar geluk, dat er landen van aankomst bestaan náást landen van doorkomst. Een combinatie van die ogenschijnlijke tegenstellingen vinden wij in Europa maar ingewikkeld.’

Illustratie: Elmar Noteboom
Illustratie: Elmar Noteboom

NOVEMBER 2012
Met Transavia naar Schiphol
De tweede poging om Griekenland te verlaten slaagt: Maggis vliegt met Transavia – ‘niet duur’ – naar Schiphol. In Nederland kent hij niemand, dus gaat hij op het vliegveld op zoek naar een politieagent om asiel aan te vragen. Drie dagen zit hij in detentie, omdat hij misschien terug moet naar Griekenland. Regels van de Europese Unie schrijven immers voor dat migranten hun asielaanvraag moeten doen in het eerste land van aankomst. Gelukkig heeft Maggis een advocaat die daar een stokje voor steekt: in Griekenland is de situatie voor asielzoekers op dat moment te slecht. Maggis wordt overgebracht naar achtereenvolgens de asielzoekerscentra in Ter Apel, ­Arnhem en Grave.

Joris Schapendonk: ‘De verhalen die vluchtelingen vertellen over het lange wachten, de uitzichtloosheid, de onmogelijkheid om terug naar huis te keren: die grijpen ook mij aan. Met sommigen bouw ik vriendschappelijke relaties op. Dan drinken we een biertje, maken we grapjes en vertel ik ook over mijn leven. Op andere momenten neem ik meer afstand: dan neem ik gesprekken op en komt mijn notitieboek tevoorschijn. Dat voelt bijna schizofreen: soms praat Maggis met de onderzoeker Joris, en op andere momenten met de vriend Joris.’

AUGUSTUS 2013
Detentie in Rotterdam
Na maanden wachten in het asielzoekerscentrum wordt Maggis’ aanvraag afgewezen. Hij kan niet bewijzen wie  hij is en waar hij geboren is. ‘Van alles vertelde ik over Congo. Misschien geloofde de ambtenaar me wel, maar ik had geen officiële documenten.’ Wat volgt is een leven ‘buiten de wet’: een kerk in Nijmegen-West helpt Maggis aan wat geld en een tijdelijke slaapplek. Daarna doet hij een nieuwe poging om asiel te krijgen, die hij afwacht in het asielzoekerscentrum in Nijmegen. Weer zijn de papieren onvoldoende. Uitgeprocedeerd belandt Maggis in januari 2014 in detentie in Rotterdam.

Joris Schapendonk: ‘Ik heb als onderzoeker ook een ­maatschappelijke taak. Ik ben betrokken bij Stichting Gast in Nijmegen, om na te denken over hoe je kunt omgaan met uitgeprocedeerde asielzoekers. Zo ben ik voorstander van een bepaalde ruimte voor informaliteit, zodat mensen iets kunnen opbouwen buiten de overheid om. In Nederland is daar weinig ruimte voor, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Spanje. Hoewel, je ziet meer aandacht ontstaan voor de deeleconomie. Dat noemen wij ver­nieuwend, maar in Afrika is de deeleconomie de regel, in plaats van de uitzondering. Daar kunnen wij nog wat van leren.’

SEPTEMBER 2014 – heden
Ondergronds leven in Nijmegen en Arnhem
Na negen maanden in detentie wordt Maggis volkomen onverwachts op de trein naar Nijmegen gezet. Stichting Gast helpt hem de weg te vinden in de Waalstad. Hij raakt er steeds dieper geworteld. ‘Ik heb vrienden en heb nu ook een vriendin in Arnhem. En ach, het is geen Manchester, maar NEC is ook leuk.’ Maggis, nu 32 jaar oud, wil zijn Nederlands verbeteren. Terug naar Congo is nog altijd een optie, als de politieke situatie daar verbetert. Als hij maar uit de schaduw van de illegaliteit kon komen. Vorige week nog, vertelt Maggis, stapte hij samen met Joris Schapendonk op de fiets. Niet nadenkend pakten ze de verkeerde richting van een eenrichtingsweg. Net op dat moment stond daar een politieagent. ‘Meteen was daar de angst. Als ik was aangehouden en mijn papieren niet had kunnen laten zien, was ik opnieuw naar de gevangenis gestuurd.’

Joris Schapendonk: ‘De politiek van meer controles, uitzettingen en hogere muren tegen migratie werkt niet. Nieuwe wegen zullen opengaan. Een beleid van open grenzen is misschien een utopie, maar het huidige beleid negeert de complexe aspiraties van migranten en de beweeglijkheid van de migratiestromen, waarin mensen het land binnenkomen en weer verlaten, om later weer terug te komen. Of weg te blijven. Migratie is een ongrijpbaar verschijnsel, maar dat is nog lang niet bij iedereen doorgedrongen. Wat zeker is: in Nederland zullen altijd migranten als Maggis zijn.’ / Paul van den Broek en Mathijs Noij


JORIS SCHAPENDONK (32) is universitair docent bij de sectie Geografie, Planologie en Milieu. Hij promoveerde in 2011 op het thema van migratie van Sub-Saharisch Afrika naar Europa. Voor zijn onderzoek sprak Schapendonk meer dan honderd migranten in Senegal, Turkije, Marokko en in Europa. In 2014 ontving hij een Veni-subsidie om in kaart te brengen hoe migranten zich binnen Europa verplaatsen. Onderdeel van zijn onderzoek is de vertaalslag naar het voortgezet onderwijs. ‘Een belangrijke leeftijd, want dan begint het denken in groepen en over jouw plaats in de multiculturele samenleving. De gesprekken die ik met scholieren ga voeren, zijn een belangrijk deel van mijn onderzoek.’


De naam Maggis is fictief. De echte naam is bij de auteur bekend. Dit verhaal verscheen eerder in Vox 10.