‘We moeten kritiek op de EU niet alleen toevertrouwen aan eurosceptici’

Het was nooit de bedoeling dat hij politicus zou worden. Nu is Laurens Dassen fractievoorzitter in de Tweede Kamer voor Volt en wil hij een Europees geluid laten horen in Den Haag. “De durf en energie om vooruit te kijken, is wat mensen aanspreekt in Volt.”

Een klein halfjaar geleden hadden nog maar weinig mensen van Laurens Dassen (35) gehoord. Nu hoeft hij maar over het Binnenhof te lopen, of hij wordt aange ­ klampt door onbekenden. “Mag ik even een foto maken? Mijn zoon heeft op u gestemd.” Wanneer een ietwat opdringerige man zijn partij een “interessant voorstel” wil doen voor het leasen van auto’s probeert Dassen hem niet te lomp af te schepen. “Anders ben je weer arrogant, hè”, fluistert hij toe, als de man afdruipt.

Het is de dag na Hemelvaart, de ochtend na zijn eerste vrije dag sinds maanden. Hoewel, vrij? “Ik moest wel wat telefoontjes en appjes beantwoorden. Maar ik had wel tijd voor een wandeling in de bossen bij Nijmegen, met een vriend uit mijn studententijd.” Het was een welkome afwisseling na de hectische weken die Dassen achter de rug heeft. “Wie dacht dat we het na de verkiezingen rustiger zouden krijgen, kwam bedrogen uit”, lacht hij.

“We werden in het water gegooid en het was meteen zwemmen”

Na hun binnenkomst in de Tweede Kamer kwamen Dassen en zijn collega’s meteen in een “enorme storm” terecht toen verkenner Kajsa Ollongren haar notulen niet goed afschermde en zo de inmiddels fameuze woorden ‘Positie Omtzigt, functie elders’ openbaarde. Wat volgde, was een vertrouwenscrisis die het Binnenhof op zijn grondvesten deed schudden, en waarin zelfs Mark Rutte lange tijd niet veilig leek omdat de premier zich ‘niet kon herinneren’ dat er met de verkenners over Omtzigt was gesproken. “We werden in het water gegooid en het was meteen zwemmen.”

Als het aan Dassen had gelegen, was het niet goed afgelopen voor Rutte. Op 1 april, amper twee weken na de verkiezingen, stemde zijn driemansfractie vóór een motie van wantrouwen, gericht tegen de premier. “Uiteindelijk kon Rutte niet rechtvaardigen wat hij had gedaan. Dit is niet de politiek waarvoor wij staan en daarom besloten we de motie te steunen”, zegt Dassen daarover. Rutte overleefde de motie net.

Hoe nu verder?

“Blijkbaar moesten we hier eerst doorheen. Nu willen we weer vooruitkijken. De leden van de Kamer zijn verkozen omdat ze een bepaalde visie hebben op de samenleving. Het moet weer over de inhoud gaan. Het is me opgevallen dat Den Haag een wereld in een wereld is. Daar moet je je bewust van zijn. Kamerleden kunnen verdrinken in alles wat hier gebeurt: al die commissies, maar ook de pers die hier rondloopt. Je kunt dag en nacht vertoeven op het Binnenhof en het idee hebben dat je ontzettend druk bent.”

Den Haag is te veel met zichzelf bezig?

“Dat is mij de afgelopen weken wel duidelijk geworden, ja.”

Maar de problemen met de bestuurscultuur moesten toch worden opgelost?

“Natuurlijk. Daarom hebben wij de motie van wantrouwen ook gesteund. Maar nu moet het weer over ideeën gaan. Kijk, je kunt ook doorschieten in je kritiek. Je herstelt vertrouwen ook, of juist, door problemen op te lossen, zoals de groeiende sociale ongelijkheid in de samenleving. Wat ik heel mooi vond, was wat Herman Tjeenk Willink had opgeschreven in zijn eindrapport: ‘Als de controleur niet verandert, zal ook de gecontroleerde hetzelfde blijven.’ Het is nu aan de Kamer hoe de dialoog wordt gevoerd. Wordt een regering alleen afgerekend op een fout of krijgt zij ook de kans om zich te verbeteren? De regering moet zorgen voor meer openheid, transparantie en een betere informatievoorziening aan de Kamer.”

Hoe wilt u ervoor zorgen dat u niet te veel verstrikt raakt in het Haagse?

“Door naar buiten te gaan. Door in gesprek te gaan met mensen in de samenleving: bedrijven die tegen problemen aanlopen door de coronacrisis, slachtoffers van de toeslagenaffaire, studenten die worstelen met psychische klachten of hun studieschuld. Die verhalen van buiten wil ik mee naar binnen nemen. Tegelijkertijd moet je af en toe afstand nemen: even een dag gebruiken om terug te kijken. Wat is er gebeurd en ben ik op de goede weg?”

Hebt u daar al tijd voor gehad de afgelopen weken, op het dagje in de Nijmeegse bossen na?

“Het grotere reflectiemoment komt pas in de zomer, verwacht ik, tijdens het reces. Dan kunnen we rustig terugkijken op de afgelopen maanden.”

POLITIEK AVONTUUR

De korte geschiedenis van Volt leest als een jongens ­ boek. In 2018 besloten twee vrienden, de ambitieuze dertigers Reinier van Lanschot en Laurens Dassen, hun goedbetaalde banen bij respectievelijk Ahold Delhaize en ABN AMRO op te zeggen om zich te storten op een politiek avontuur. De twee leerden elkaar kennen bij een bijeenkomst over een nieuwe Europese politieke beweging: Volt. Van Lanschot was al een tijdje betrok ­ ken, en ook Dassen raakte gegrepen door het verhaal achter de partij. “Volt wilde nieuwe energie brengen in de politiek en het anders doen. Door over grenzen de samenwerking te zoeken, met een gemeenschappelijk Europees programma. Ik vond het verhaal zó logisch, dat ik dacht: waarom is dit er nog niet?”

In aanloop naar de Europese verkiezingen in 2019 richt ­ ten Van Lanschot en Dassen samen de Nederlandse tak van Volt op. Van Lanschot werd voorzitter, Dassen penningmeester. Van Lanschot, telg van de bankiersfamilie, voerde de Volt -lijst aan bij de Europese verkiezingen in 2019. In Nederland werden er niet genoeg stemmen getrokken voor een zetel in het Europees Parlement, maar in Duitsland wel. Het was Volts eerste electorale succes.

Laurens Dassen (1985, Eindhoven), groeide op in Knegsel en woont nu in Amsterdam. Studeerde Bedrijfskunde (2005-2011), werkte bij ABN AMRO (2012-2018), was medeoprichter en bestuurslid Volt Nederland (2018), kandidaat Europese Parlementsverkiezingen (2019). Foto: Duncan de Fey

Van Lanschot verhuisde daarop naar Brussel om copresident van de Europese partij te worden. Dassen schoof een plekje door en werd voorzitter. Het volgende hoofdstuk in het verhaal is bekend: Dassen werd lijst ­ trekker bij de Tweede Kamerverkiezingen en haalde met zijn partij uit het niets drie zetels, voornamelijk dankzij jonge kiezers. Het is voor Volt een primeur: niet eerder werden er zetels behaald in een nationaal parlement. Dassen is nu fractievoorzitter.

En dat terwijl het nooit zijn bedoeling was om politicus te worden. “Ik studeerde niet voor niks bedrijfskunde. Mijn politieke aspiraties zijn pas later gekomen, toen ik aan het werk was.” De jonge bankier Dassen begon zich steeds meer zorgen te maken over het nationalistische geluid in de politiek. Met als uitkomsten: Brexit, de verkiezing van Trump, de opkomst van de AfD in Duitsland en Marine Le Pen in Frankrijk. “Dat was zó niet de wereld waarin ik wilde leven. En toen kwam ik Volt tegen.”

Als student in Nijmegen was Dassen niet politiek actief, maar wel geëngageerd, zegt hij zelf. Van binnen brandde er altijd wel een politiek vuurtje. Het kwam alleen niet tot uiting door bijvoorbeeld in een studenten- of gemeenteraad te stappen.

Zodra het over zijn studententijd gaat, beginnen zijn ogen te twinkelen. “Het samen wonen, studeren. De een gaat hier stage lopen, de ander daar. Iedereen doet ervaringen op die met elkaar worden gedeeld. Dat helpt om je gedachten te vormen. Mijn studententijd is heel erg bepalend geweest.”

Het politieke vuurtje dat in hem school, kwam goed van pas tijdens de discussieavonden in Huize de Graadt, het onderkomen van dispuut A.V.I.S. dat uitkijkt over het Keizer Traianusplein. Dassen woonde er een aantal jaar en was ook praeses. “We woonden daar met dertien mannen en hadden alles tot onze beschikking. Een grote kelder waar we samen aten. Voor de donderdagavond bereidden we ons voor en organiseerden we discussies over actuele onderwerpen. Dat ging over van alles en nog wat en er werden ook vooral veel flauwe grappen uitgehaald. Het voorzitten van die vergaderingen, die soms wel de hele nacht doorgingen, dat was echt lachen.”

Serieuzer was zijn stage in de Indiase metropool Vadodara, in 2010, waar hij een halfjaar aan de slag ging bij een IT-bedrijf. “In India zie je de kracht van ontwikkeling. Dat land lag er tien jaar voordat ik er kwam nog heel anders bij.” Ook serieus was zijn deelname een jaar daarvoor aan United Netherlands, het diplomatenprogramma waarin studenten worden klaargestoomd voor een gesimuleerde vergadering van de Verenigde Naties. In Harvard, waar Dassen en zijn delegatiegenoten Rusland mochten vertegenwoordigen, leerde hij om vanuit het perspectief van een ander land naar problemen te kijken en op zoek te gaan naar common ground met concurrenten. “Wat is hun insteek op het wereldtoneel? Dat opent je blik.”

Foto: Duncan de Fey

En nu is hij dus fractievoorzitter. Twijfelde hij niet of hij het kon, met zo weinig politieke ervaring? “Natuurlijk. Het is een grote stap. Dat doe je niet lichtzinnig. Ben ik de juiste persoon, en kan ik het? Het is heel gezond af en toe aan jezelf te twijfelen.” Maar het vertrouwen in zichzelf heeft uit ­ eindelijk de overhand. “Ik geloof intrinsiek in het verhaal van Volt, ben een integer persoon en een bruggenbouwer. Maar of ik het waar kan maken: dat kun je nu nog niet zeggen. We moeten de komende jaren hard aan de bak om in de Tweede Kamer onze idealen op de agenda te krijgen en mensen daarin mee te krijgen.”

EVANGELIE

De open, internationale oriëntatie typeert de politicus Dassen en is de voedingsbodem voor zijn evangelie van meer Europese samenwerking. Wat overigens niet bete ­ kent dat Dassen alleen maar zijn liefde betuigt aan de Europese Unie. “Het is heel duidelijk: de unie werkt niet zoals zij zou moeten. Maar juist als je haar beter wil maken, ben je er kritisch op. We moeten het kritische geluid op de EU niet alleen toevertrouwen aan eurosceptici.”

Wat moet er anders aan de Europese Unie?

“Laten we beginnen met het afschaffen van het vetorecht. Het is raar dat we binnen de EU met 27 landen zijn, maar dat Cyprus – met 0,3 procent van de Europese bevolking – sancties tegen Wit -Rusland kan blokkeren. Zo kom je niet tot daad ­ krachtige samenwerking. Maar uiteindelijk willen we naar een Europese parlementaire democratie. Dat is onze stip op de horizon. Wij willen dat de EU voor iedereen werkt. Nu doet ze dat vooral voor de grote bedrijven.”

Is de Nederlandse bevolking klaar voor een sterkere Europese Unie?

“Ik denk dat de Nederlandse bevolking zeker zit te wachten op een EU die daadkrachtiger optreedt. Dat klimaatverandering wordt aangepakt, dat er een gemeen ­ schappelijk buitenlandbeleid komt en een humaan migratiebeleid. In kamp Moria leven mensen onder erbarmelijke omstandigheden. ’s Nachts knagen de ratten aan de tenen van kinderen. Niemand wil dat. Dat is de schandvlek van Europa.”

Hoe kan het dat kamp Moria bestaat, als niemand dit wil?

“Dat is het resultaat van hoe de EU nu georganiseerd is, met 27 lidstaten die vanuit hun eigen belang naar zaken kijken. Wij zijn een Europese partij en kijken er dus anders tegenaan. In Nederland zijn ook uitdagingen, maar wij denken grensoverschrijdend.”

Zit hierin de aantrekkingskracht van Volt?

“Klimaatverandering, groeiende ongelijkheid, digitalisering, de opkomst van grote nieuwe wereldmachten, migratie. Al die thema’s brengen problemen met zich mee die we in Nederland niet kunnen oplossen. Wij willen de politiek naar Europees niveau tillen. De jon ­ ge generatie, die is opgegroeid in een digitaal tijdperk zonder gulden en zonder grenzen, ziet klimaatverandering als de grootste uitdaging. Die generatie snapt heel goed dat je dat probleem beter kunt oplossen met 450 miljoen Europeanen dan met 17 miljoen Nederlanders. De durf en energie om vooruit te kijken, is wat mensen aanspreekt in Volt.”

Jullie zijn al gedoopt tot de ‘Erasmus-generatie’ en zijn vooral populair onder hoogopgeleide, jonge mensen. Denkt u met dit verhaal ook Mo uit Hatert en Anita uit het Willemskwartier mee te kunnen krijgen?

“Absoluut. Ik denk dat zij het ook belangrijk vinden dat onze arbeidsmarkt eerlijker wordt en dat ze gelijke kansen krijgen. Dat kunnen we het best in Europees verband regelen en het is onder andere aan ons om uit te leggen waarom Europa belangrijk is en wat voor kansen daar liggen. Overigens is het een misverstand dat we álles Europees willen regelen. Onderwijs is bijvoorbeeld een nationaal thema, maar laten we wel naar elkaar kijken. Wij kunnen bijvoor ­ beeld veel leren van het onderwijs in Finland.”

Volt presenteerde zich als de partij die nieuwe energie zou brengen op het Binnenhof. Ligt het gevaar niet op de loer dat jullie een hype zijn?

“We hebben een heel solide verhaal en zijn er voor de lange termijn. De zaken waar wij ons voor inzetten, zijn niet in drie jaar geregeld. Het is aan ons om dat verhaal steeds opnieuw te vertellen. Dat zal een continu proces zijn.”

Dit artikel verscheen eerder in Radboud Magazine