Alumni in Kaapstad: ‘Deze plek voelt als thuis’

In Kaapstad zijn het de gratis dingen die het leven iets extra’s bieden: de zon, de zee, de bergen. Drie alumni, een maritiem archeoloog, een ondernemer en een medisch wetenschapper vertellen over de uitdagingen van het leven en werken op het zuidelijkste puntje van het Afrikaanse continent. Eigenlijk willen ze nooit meer weg.

Foto: Wendy (Creative Commons)
De Twaalf Apostelen bij Kaapstad. Foto: Wendy (Creative Commons)

Dit artikel verscheen in Radboud Magazine #48.

Midden in het stadscentrum van Kaapstad, op de hoek van Buitengracht Street en Strand Street, staat een evangelisch-lutherse kerk uit 1774. ‘Het oudste kerkcomplex van het zuidelijke halfrond’, staat op het bezoekersbordje. Gesticht in de tijd dat de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de scepter zwaaide in Kaap de Goede Hoop. Op een zijgebouw van het kerkje prijkt het wapen van Nederland: Je maintiendrai. Anno 2016 huist hier het Nederlandse Consulaat Generaal.

Naast de gebruikelijke diensten voor Nederlanders in het buitenland, huisvest het Consulaat ook Label Orange. Jonathan Ursem is oprichter van dat bedrijf, dat Nederlandse ondernemingen helpt om hun producten en diensten op de Zuid-Afrikaanse markt te brengen. Elke dag moet het bedrijf zich opnieuw uitvinden, vertelt Ursem. De plannen die hij en zijn vrouw voor vertrek hadden gemaakt, konden op de dag dat ze aankwamen in Zuid-Afrika, in 2011, meteen de prullenbak in. “Een businessplan is leuk en aardig, maar ik heb er sindsdien nooit meer in gekeken. Je leert een markt pas echt kennen als je er bent.”

“Je leert een markt pas kennen als je er bent”

Ursem haalde zijn masterdiploma Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit in 2009. Samen met zijn vriendin Choi Mi Chung, inmiddels zijn vrouw, sprong hij in het diepe, richtte Label Orange op en vertrok naar Zuid-Afrika.

De wetenschap bracht Nelleke Langerak naar Zuid-Afrika. Als student bewegingswetenschappen in Nijmegen wilde ze al naar Afrika. “Mijn stage moest in Afrika zijn, waar precies maakte mij niet uit. Op advies van mijn ouders werd het Zuid-Afrika.” Tijdens haar stage leerde ze Robert Lamberts kennen, ook een Nederlander. Eenmaal terug in Nederland besloten ze de stap te zetten naar het Afrikaanse land. Inmiddels zijn ze gepromoveerd en getrouwd en is in de Kaap zoon Floris geboren. Langerak doet onderzoek naar kinderen met spasticiteit in de benen, de laatste jaren gericht op kinderen die met hiv zijn besmet. Meer dan 240.000 Zuid-Afrikaanse kinderen zijn besmet met hiv, veelal omdat hun moeder het ook is. Langerak is een van de zeven onderzoekers wereldwijd die een beurs van de International AIDS Society krijgen. Kinderen die hiv-besmet zijn en last hebben van spasticiteit in de benen, krijgen nu meestal dezelfde behandeling als ‘gewone’ patiëntjes met spasmen. “Ik onderzoek of dat wel de goede aanpak is.”

Nelleke Langerak. Woonde tijdens haar studiejaren aan de Sint Annastraat. Herinnert zich de stapavonden en de feestjes van de medische faculteitsvereniging, maar was ook druk met haar studie. Zakte op de middelbare school de eerste keer voor Engels, maar heeft inmiddels tientallen Engelstalige wetenschappelijke publicaties op haar naam staan. Kluste tijdens zomervakanties vaak bij als fysiotherapeut in de St. Maartenskliniek in Nijmegen, om haar promotieonderzoek in Kaapstad te bekostigen.
Nelleke Langerak. Woonde tijdens haar studiejaren aan de Sint Annastraat. Herinnert zich de stapavonden en de feestjes van de medische faculteitsvereniging, maar was ook druk met haar studie. Zakte op de middelbare school de eerste keer voor Engels, maar heeft inmiddels tientallen Engelstalige wetenschappelijke publicaties op haar naam staan. Kluste tijdens zomervakanties vaak bij als fysiotherapeut in de St. Maartenskliniek in Nijmegen, om haar promotieonderzoek in Kaapstad te bekostigen. Foto: Miriam Mannak

Voor Bruno Werz is de nabijheid van twee oceanen een belangrijke reden om in Kaapstad te wonen. Hij is maritiem archeoloog en doet vooral onderzoek naar oude scheepswrakken. Vanaf de zestiende eeuw zijn veel schepen tegen de rotsachtige kust kapotgeslagen. Het ‘scheepskerkhof’ wordt de Zuid-Afrikaanse kust daar ook wel genoemd.

Werz heeft pionierswerk verricht. Hij was eind jaren tachtig de oprichter van de vakgroep maritieme archeologie aan de University of Cape Town. Toen in 2008 aan de Namibische kust het – na later bleek – oudste scheepswrak in zuidelijk Afrika werd gevonden, werd Werz – inmiddels CEO van een onderzoeksinstituut – er snel bij geroepen. De resten van het zestiende-eeuwse schip bleken vol te liggen met munten, kanonnen, slagtanden en tonnen koper. Eerder vond Werz in de Tafelbaai het oudste door mensen gemaakte voorwerp dat ooit onder water werd aangetroffen: een prehistorische hakbijl.

Onwaarschijnlijk mooi
De alumni zijn alle drie verknocht aan Kaapstad. Werz: “Als ik in de auto stap, ben ik binnen een paar uur in de savanne. Nog iets verder en ik sta in de woestijn.” Over Johannesburg wordt in Zuid-Afrika gezegd dat de mensen er leven om te werken. In Kaapstad daarentegen werken ze om te leven. Ursem: “Hier zijn het de gratis dingen die iets extra’s bieden. Het mooie weer, de bergen, de stranden en de zee. Waar vind je dat allemaal op één plek?” Vorig jaar, tijdens zijn trouwfeest, kwamen veel Nederlandse vrienden over. Ze gingen wijnproeven in de heuvels rond Stellenbosch, de Tafelberg op, naar het pinguïnstrand. “Toen pas zagen ze hoe onwaarschijnlijk mooi het hier is en snapten ze waarom ik hier zo graag woon.” De alumni genieten met volle teugen van het leven in Kaapstad, maar er wordt óók gewerkt. Sterker nog, het bedrijf van Ursem profileert zich met een “mentaliteit van mouwen opstropen, waar Nederlanders bekend om staan”.

Volgens Ursem is Kaapstad een plek van kansen. Zijn bedrijf richtte zich aanvankelijk vooral op Nederlandse designmerken. “We hebben gekeken wat hier nog niet was. Die producten zijn we gaan importeren en verkopen.” Het eerste jaar was opstarten, maar daarna boekte het bedrijf elk jaar winst. “Vooral de laatste twee jaar hebben we veel werk gehad, en met KLM en het Nederlands consulaat en de ambassade hebben we mooie opdrachtgevers.” Toen vorig jaar een Nederlandse handelsmissie naar Zuid-Afrika werd opgezet, sprong Ursem – die ook als journalist werkt – in als persvoorlichter. “Op zo’n moment ben ik blij dat ik een achtergrond heb in de bestuurskunde en weet hoe een overheid werkt.”

Raciale scheidslijnen
Werz is de enige van de drie alumni die al ten tijde van de apartheid in Zuid-Afrika was. Hij vond in 1988 een baan aan de University of Cape Town. “Aanvankelijk had ik mijn bedenkingen: wil ik in een land wonen waar de regering een beleid van apartheid voert? Toen ik die twijfel uitte, nodigde de universiteit mij uit om eerst eens te komen kijken. Wat ik toen aantrof, was een heel ander land dan werd geschetst door Nederlandse media.”

“Toen ik net in Kaapstad was, heb ik op een strand een keer een bordje ‘Slegs vir blankes’ zien staan, maar dat was de week daarop verdwenen.”

Van de apartheid was toen al weinig meer te merken, vertelt Werz. “Toen ik er net was, heb ik op een strand een keer een bordje Slegs vir blankes zien staan, maar dat was de week daarop verdwenen. Zuid-Afrika was, toen ik arriveerde, al volop in transitie.” De segregatiewetten, die officieel nog in werking waren, werden niet meer nageleefd en aan de University of Cape Town volgden blanke en donkere studenten samen college.

In Nederland kreeg Werz wel eens commentaar omdat hij in Zuid-Afrika woonde. “Kwam er in de kroeg iemand naar me toe om verhaal te halen. Ik heb hem toen uitgelegd dat er in Zuid-Afrika meer dan tien Afrikaanse stammen leven en dat er tussen hen net zoveel spanningen zijn als tussen zwart en blank. Dé zwarte Zuid-Afrikaan bestaat niet. Alles is een stuk complexer dan het lijkt.” Werz heeft zich nooit gehouden aan de raciale scheidslijnen. “Ik ben jarenlang getrouwd geweest met een Sotho-vrouw en kwam daarom ook veel in de townships.”

Anno 2016, ruim twintig jaar nadat Nelson Mandela Zuid-Afrika omdoopte tot de regenboognatie, prijkt het land nog bovenaan de lijstjes van landen met de meeste ongelijkheid. Kaapstad is misschien wel de plek waar dat het duidelijkst zichtbaar is. De boulevard van Camps Bay zou aan de Franse Côte d’Azur niet misstaan, maar wie in de auto stapt, staat binnen een half uur in de cape flats, een uitgestrekte vlakte met kleine huisjes en krotten.

Bruno Werz. Woonde als student geschiedenis in complex Vossenveld, naast het Maas-Waalkanaal. Had voordat hij aan de studie begon al een eerste klus als duiker voor onderzoek naar de Mary Rose, een Brits oorlogsschip uit de zestiende eeuw. Wist na die klus zeker wat hij wilde worden: maritiem archeoloog. Richtte het onderzoeksinstituut AIMURE op, dat staat voor The African Institute for Marine and Underwater Research, Exploration and Education.
Bruno Werz. Woonde als student geschiedenis in complex Vossenveld, naast het Maas-Waalkanaal. Had voordat hij aan de studie begon al een eerste klus als duiker voor onderzoek naar de Mary Rose, een Brits oorlogsschip uit de zestiende eeuw. Wist na die klus zeker wat hij wilde worden: maritiem archeoloog. Richtte het onderzoeksinstituut AIMURE op, dat staat voor The African Institute for Marine and Underwater Research, Exploration and Education. Foto: Miriam Mannak

Mueslireep
De grote ongelijkheid in Kaapstad gaat gepaard met criminaliteit, ook in Zuid-Afrikaanse kranten een favoriet thema. Toch relativeren de alumni de impact ervan op hun dagelijks leven. “Als ik hier niet over straat zou kunnen, zou ik hier niet wonen”, zegt Langerak, die inmiddels elf jaar in Kaapstad woont. “Er gelden hier wel regels waar ik me aan houd. Ik laat de hond niet uit in het donker en fiets niet in elke wijk.” Ook al staat er een hek om haar huis en is het openbaar vervoer vaak niet veilig, toch noemt ze haar leven in Kaapstad fantastisch. “Deze plek voelt echt als thuis.”

Tijdens het wereldkampioenschap voetbal in 2010 stonden de kranten in Nederland vol wildwestverhalen over Zuid-Afrika. “Ik heb me daar enorm aan geërgerd”, zegt Ursem. “Alsof je hier niet normaal over straat kan. Dat is echt onzin. Mijn vrouw en ik lopen elke dag met onze laptop onder de arm naar kantoor.” Ook Ursem leest de kranten en weet dus dat er veel moorden worden gepleegd in Kaapstad: vorig jaar meer dan tweeduizend. “Maar dat gebeurt vooral in de townships, buiten de stad. Daar heersen de gangs. Hier in de stad merk ik daar niks van.” In die zin is het centrum van Kaapstad ook een beetje een bubbel, vindt Ursem. “Ik heb niet de illusie dat ik in het echte Afrika woon. Als je over straat loopt, zou je ook kunnen denken dat dit een Europese stad is.”

Wie beter kijkt, ziet echter dat de townships en het centrum geen gescheiden werelden zijn. In het stadscentrum staat op elke hoek een beveiliger in een felgroen jasje, die de toerist moet beschermen tegen opdringerige bedelaars en kleine criminelen. Onder de brug liggen daklozen, veelal ‘gelukzoekers’ uit andere Afrikaanse landen. ’s Avonds, rond uitgaansstraat Longstreet, bedelen straatkinderen bij jongeren. Hoewel je als expat de wereld niet kan veranderen, vindt Ursem dat hij wel iets kan doen. “Wij zorgen dat we altijd een mueslireep in de auto hebben liggen. Als een bedelaar bij het stoplicht naar ons toe komt, kan je toch iets geven. Een keer per jaar kiezen we een goed doel uit waar een donatie vanuit het bedrijf naartoe gaat.”

Positieve discriminatie
De armoede zou met alle macht bestreden moeten worden door de overheid maar daar hebben de alumni weinig vertrouwen in. Langerak verbaast zich bijvoorbeeld over het salaris van president Jacob Zuma. “Hij hoort bij de vier meest verdienende staatshoofden ter wereld. Dat kan je toch niet verkopen als leider van een land met zoveel armoede?”

“Eigenlijk willen we hier niet weg”

Ook Ursem maakt zich zorgen. “Waar Zuma mee wegkomt, is niet te geloven.” Ursem hoopt dat Zuid-Afrika niet de kant op gaat van Zimbabwe, waar veel boeren door landonteigeningen weggejaagd zijn. De Zuid-Afrikaanse overheid voert een rigoureus beleid van positieve discriminatie. Met behulp van quota worden werkgevers gedwongen tot meer diversiteit op de werkvloer. Bij sollicitaties hebben zwarte Zuid-Afrikanen een streepje voor op blanke kandidaten, vrouwen op mannen en Zuid-Afrikanen op buitenlanders. Daardoor is het voor buitenlanders moeilijk een vaste baan te vinden. Langerak wijst erop dat bij de verdeling van onderzoeksgelden quota een rol spelen. “Bij mij gaat het nog goed om beursgeld binnen te halen. Ik zit met mijn onderzoek op een goed onderwerp en ben een vrouw.” Voor haar man Robert Lamberts, die eveneens aan een universiteit werkt, is het echter heel moeilijk om financiering te vinden. “Terwijl Robert in zijn vakgebied heel hoog aangeschreven staat.” Langerak is ook kritisch. Op de universiteit ziet ze dat de echt goede academici naar het buitenland willen vertrekken: de ‘niet-blanken’ omdat ze niet het gevoel willen hebben dat ze alleen maar worden aangenomen vanwege hun huidskleur en de ‘blanken’ omdat ze geen vaste aanstelling krijgen.

Jonathan Ursem. Studeerde bestuurskunde tussen 2003 en 2009. Legde de focus niet alleen op de studie, maar ook op zijn landelijk voorzitterschap bij Rotaract, een jeugdtak van Rotary International. Kreeg zijn eerste baan bij maandblad Quote dankzij een goed antwoord op de vraag van toenmalig hoofdredacteur Jort Kelder naar zijn toekomstplannen: “Over vijf jaar zeg ik mijn baan op en begin ik voor mezelf.” Had als student geen bijzondere band met Nijmegen. Woonde aanvankelijk in Arnhem, later in Amsterdam. Werkt inmiddels als adjunct-hoofdredacteur bij Nieuwe Revu.
Jonathan Ursem. Studeerde bestuurskunde tussen 2003 en 2009. Legde de focus niet alleen op de studie, maar ook op zijn landelijk voorzitterschap bij Rotaract, een jeugdtak van Rotary International. Kreeg zijn eerste baan bij maandblad Quote dankzij een goed antwoord op de vraag van toenmalig hoofdredacteur Jort Kelder naar zijn toekomstplannen: “Over vijf jaar zeg ik mijn baan op en begin ik voor mezelf.” Had als student geen bijzondere band met Nijmegen. Woonde aanvankelijk in Arnhem, later in Amsterdam. Werkt inmiddels als adjunct-hoofdredacteur bij Nieuwe Revu. Foto: Miriam Mannak

Second best
Werz volgt van grote afstand het nieuws in Europa. “Ik zie hoe Europa verandert, hoe miljoenen vluchtelingen aan de poort kloppen. Ik maak me daar zorgen over: kan een verzorgingsstaat als Nederland dat wel aan?” Hij twijfelt of hij ooit nog teruggaat naar Nederland. Bovendien heeft hij nog werk te doen. Sinds hij in 1988 in Kaapstad aankwam, is hij geïntrigeerd door het verhaal van De Haarlem, een oud VOC-schip dat uit Batavia kwam en op weg was naar Amsterdam. In 1647 is het schip bij Kaapstad gestrand. Tijdens een wandeling over het strand bij de Tafelbaai wijst hij naar zee. “Daar moet het oude scheepswrak van De Haarlem liggen.” Werz heeft inmiddels zoveel bewijs gevonden dat hij het bijna zeker weet. “Ik hoef het alleen nog maar op te graven.” Voor Jonathan Ursem loopt het avontuur in Zuid-Afrika op z’n eind. Hij is druk bezig met het overdragen van zijn bedrijf. Label Orange is in mei verkocht aan een ander Nederlands stel. “De vader van mijn vrouw is ernstig ziek geworden. Daarom hebben we de beslissing genomen om terug te keren naar Nederland. Ursem wordt adjunct-hoofdredacteur van Nieuwe Revu. “We hebben veel geleerd in Kaapstad, hoe het is om te leven in een andere cultuur. Een ervaring om nooit te vergeten.”

Voor Langerak is de moeilijkheid om een vaste baan te vinden reden om verder te kijken. Voorheen was enige financiële onzekerheid geen onoverkomelijk probleem, vertelt ze, maar met de geboorte van zoon Floris is dat veranderd. “Frustrerend is het wel. Mijn man en ik hebben in dit land alles zelf opgebouwd, we hebben ons onderzoek altijd zelf gefinancierd.” Toch gaat de deur naar Zuid-Afrika niet helemaal op slot: “Het huis verkopen we nog niet: we willen niet al onze schepen achter ons verbranden. Eigenlijk willen we hier niet weg.” Maar als de verhuizing doorgaat, weten Langerak en haar man wel waar ze het liefst naartoe zouden willen: Nijmegen. De second best place, noemt Langerak haar studentenstad.