Studeren waar vroeger alleen blank welkom was

Tjits van Lent en René van Son studeren een half jaar in Stellenbosch: een stadje dat op het eerste gezicht iets weg heeft van een oud Hollands dorp. Maar het is ook een plek waar studenten protesteren tegen racisme, verkrachtingen en uitsluiting. Hoe is het om daar te studeren? Vox-redacteur Mathijs Noij zoekt ze op.

René en Tjits in de Kerkstraat in Stellenbosch. Foto's: Miriam Mannak
René en Tjits in de Kerkstraat in Stellenbosch. Foto’s: Miriam Mannak

Dit artikel verscheen op voxweb.nl.November 2015: op de campus van de Stellenbosch Universiteit leggen studenten oude autobanden onder het statige beeld van Jan Marais. De fik gaat erin. De zwarte rook die zich ontwikkelt is tot in de wijde omtrek te zien. De betogers eisen dat de ongeschoolde medewerkers, zoals tuinmannen en schoonmakers, in dienst worden gesteld van de universiteit. Steeds vaker worden zij ingehuurd door externe bedrijven, zonder goede arbeidsvoorwaarden.

Foto: YouTube
Het Jan Marais-standbeeld in november. Foto: YouTube

Marais (1851–1915) was een blanke zakenman, die schatrijk werd in de mijnindustrie. Een groot deel van zijn fortuin schonk hij aan de universiteit, waar hij als blijk van waardering nu op een sokkel staat. ‘Ons weldoener’ wordt hij liefkozend genoemd. De activisten zien Marais echter heel anders. Zij beschrijven hem liever als een man die zich verrijkte over de rug van Afrikaanse arbeiders, die in erbarmelijke omstandigheden voor hem werkten.

Uren later, als het vuur gedoofd is, zo is te zien op YouTube, proberen studenten het standbeeld weer schoon te schrobben. Terwijl zij dat doen wordt het door andere studenten nog een keer extra besmeurd. Het tekent de verdeeldheid op de universiteit: de ene groep ziet Marais als filantroop, de andere als uitbuiter en imperialist.

‘Spreek tien studenten aan op de campus en je krijgt tien verschillende meningen’, zegt filosofiestudent René van Son. ‘In november gingen er ook nog stenen door de ruiten van het administratiegebouw. Het winkelcentrum op de campus ging op slot toen demonstranten dingen in brand probeerden te steken.’ De dag erna stond de campus vol met oproerpolitie. Het gebouw waar psychologiestudent Tjits van Lent toen college had, zat potdicht.

‘Ik ga hier ’s avonds niet in mijn eentje over straat.’

Seksueel geweld
Tjits van Lent en René van Son studeren normaal gesproken in Nijmegen, maar hebben de Radboud Universiteit voor een half jaar ingewisseld voor die in Stellenbosch. Tjits heeft haar bachelor psychologie in Nijmegen afgerond en doet een paar extra vakken, René is bezig met een bachelor filosofie. Op het Jan Marais-plein, midden op de campus, wijzen zij de roetvlekken aan die herinneren aan de protesten uit november.

De laatste tijd is het wat rustiger op de campus, vertellen Tjits en René. Maar helemaal stil is het niet zo snel in Stellenbosch. De laatste golf van protesten richt zich voornamelijk op incidenten van seksueel geweld die zich hebben voorgedaan, vlakbij de campus. ‘Er zijn in de afgelopen drie maanden drie meisjes verkracht’, vertelt Tjits. ‘In de groene zone nog wel. Dat is het gebied dat volgens de universiteit veilig zou moeten zijn.’ Op veel muren hangen nu posters of staan tags met het motto End Rape Culture. Tjits: ‘Nee, ik ga hier ’s avonds niet in mijn eentje over straat.’

Afrikaans sal bly
Een advertentie vóór het behoud van het Afrikaans als officiële taal.

Taal van de onderdrukker
Stellenbosch, vlakbij Kaapstad, is van oudsher een wit bolwerk in Zuid-Afrika. Tijdens de apartheidsjaren was de universiteit for whites only. De taal die veel blanke Zuid-Afrikanen spreken is Afrikaans, een taal die door de Nederlandse en Duitse kolonisten in de zeventiende eeuw meegebracht werd en evolueerde tot de taal die het vandaag is. Nu, ruim twintig jaar na de afschaffing van apartheid, krijgt de studentenpopulatie steeds meer kleur. Dat betekent dat ook de universiteit verandert: voorheen was het Afrikaans de enige officiële taal op de campus – nu is dat Afrikaans én Engels.

Die transitie gaat niet zonder slag of stoot. Het Afrikaans heeft een speciaal plekje in het hart van veel Afrikaners. Stellenbosch is misschien wel de plek waar het meest gehecht wordt aan die taal. Op een half uurtje rijden ligt het Taalmonument, voor veel Afrikaners een bedevaartsoord zoals Lourdes voor de katholieken.

Onder de blanke studenten is het nog altijd gangbaar om in die taal met elkaar te praten. René: ‘Veel Zuid-Afrikanen spreken ons aan in het Afrikaans, en schakelen snel over op het Engels als ze merken dat wij hier niet vandaan komen. Toch is het met enige moeite wel te verstaan, omdat het zo op het Nederlands lijkt.’

De tweetaligheid brengt een hoop gedoe met zich mee. ‘We krijgen soms in twee talen college’, zegt René. Hoe dat werkt? ‘Dan zegt de docent zijn zinnen steeds twee keer: een keer in het Engels en een keer in het Afrikaans. Echt zonde van de tijd.’ Wat ook voorkomt is dat een vertaler plaatsneemt in de collegezaal om studenten via een oortje live van vertalingen te voorzien. Ook niet ideaal.

Los van het praktische bezwaar, is er ook om andere redenen protest tegen het Afrikaans op de universiteit. ‘Sommige studenten zien Afrikaans nog als de taal van de onderdrukker’, zegt Tjits. ‘Zij vinden dat Engels de enige officiële taal hoort te zijn op de universiteit.’ Vooralsnog houdt de universiteit vast aan het Afrikaans, hoewel het Engels inmiddels ook een officiële taal is. ‘De taaldiscussie is hier zo ingewikkeld’, verzucht Tjits. ‘Voor beide partijen valt wel iets te zeggen: als je niet in het Afrikaans les wil krijgen, kan je naar een andere universiteit. Aan de andere kant: Zuid-Afrika heeft elf officiële talen, maar bijna iedereen spreekt wel wat Engels, dus waarom niet gewoon alles in die taal? Dan sluit je niemand buiten.’

‘Sommige studenten zien Afrikaans nog als de taal van de onderdrukker’

Het vuurtje rondom de taaldiscussie werd aangewakkerd door de vele protesten die sinds vorig jaar de Zuid-Afrikaanse universiteiten overspoelen. De ‘born frees’ – de generatie die de apartheid niet meer heeft meegemaakt – wil het juk van de apartheid definitief van zich afgooien. Het overboord gooien van het Afrikaans hoort daarbij, vinden sommige studenten. Net als ‘witte’ symbolen, zoals het standbeeld van Marais.

Zwart en wit
Een land van contrasten, zo wordt het zuidelijkste land van Afrika vaak genoemd. De inkomensongelijkheid in Zuid-Afrika is ruim twintig jaar na de afschaffing van apartheid nog altijd sky high – Zuid-Afrika wordt ook wel als meest ongelijke land ter wereld gezien. De armste bevolking leeft onder de armoedegrens, de rijkste bevolking leeft een luxebestaan achter muren en 24-uurs beveiliging.

EMIRIAMMANNAK - TjitsRene¦ü - 12n dat maakt het land wel zo interessant. ‘In Nederland kan je praten over rassenongelijkheid’, zegt René. Hij weegt zijn woorden zorgvuldig af, zoals het een filosofiestudent betaamt. ‘Hier kan je het voelen. Daarvoor hoef je simpelweg een restaurant binnen te lopen. De gasten zijn wit, de bediening zwart, behalve de manager. Die is weer wit.’

In de collegebanken gaat het ook al gauw over huidskleur en ongelijkheid, merkte Tjits tijdens haar vakken. ‘De geschiedenis van apartheid heeft ervoor gezorgd dat mensen al snel in raciale hokjes worden ingedeeld. Je hebt hier niet alleen de blanke en zwarte bevolking, maar bijvoorbeeld ook coloureds, die weer een aparte groep vormen.’ Deze ‘kleurlingen’ zijn van gemixte komaf: hun voorouders kwamen uit Europa, Afrika maar ook uit Azië. Tjits: ‘Natuurlijk leven studenten tegenwoordig samen. Maar op de campus zie je toch nog steeds weinig gemengde groepjes.’

De ongelijkheid komt in het onderwijs vaak terug. ‘Bij psychologie wordt veel gediscussieerd over hoe wij kunnen bijdragen aan misstanden in de samenleving.’ Voor Tjits was dat de belangrijkste reden om in Zuid-Afrika te studeren: de colleges richten zich vooral op het land zelf. Voor filosoof-in-de-dop René is dat ook mooi meegenomen. ‘Ik word vooral blij van vakken waarin niet voor de zoveelste keer René Descartes of Michel Foucault voorbijkomt, maar waar bijvoorbeeld aandacht is voor ubuntu, een Afrikaanse ethische stroming. Dat voegt echt iets toe aan mijn opleiding in Nijmegen.’


MIRIAMMANNAK - TjitsRene¦ü - 42

Als studenten Tjits van Lent en René van Son van hun kamer naar de universiteitscampus fietsen, komen zij door straten met namen als de Kerkstraat, Dorpstraat en Pleinstraat. Wie niet beter weet, zou vermoeden dat de Nijmeegse studenten ergens in de polder zijn beland. In ieder geval niet op tienduizend kilometer van huis.

Zo treden zij, drie-en-een-halve eeuw later, in de voetsporen van Simon van der Stel, de toenmalig gouverneur van de Nederlandse Kaapprovincie en oprichter van Stellenbosch. Dat Tjits en René niet de eerste Nederlanders in Stellenbosch zijn, is goed te zien. Het stadje staat vol met Victoriaanse huizen in Kaaps-Hollandse stijl, de Nederduits Gereformeerde Moederkerk steekt wit af bij de blauwe lucht en voor een oud ‘kruithuis’ staan twee kanonnen met VOC-signatuur. Het toeristische winkeltje heet ‘Oom Samie se Winkel.’

Stellenbosch groeide sinds de komst van de Nederlandse gouverneur Van der Stel uit tot een kleine stad midden in de wijnlanden vlakbij Kaapstad. Daarnaast huisvest het stadje een universiteit, en niet zomaar een. De Universiteit Stellenbosch is van internationale allure, en werkt als een magneet op studenten uit alle windstreken, zoals Tjits en René.

‘Eigenlijk lijkt Stellenbosch meer op een Europees plaatsje’, beaamt Tjits. Wie op zoek is naar ‘Donker Afrika’ heeft hier weinig te zoeken. Hoewel – Tjits, wijzend: ‘Als je een kwartier die kant op rijdt sta je in de townships. Die zijn er óók in Stellenbosch.’ De townships zijn het resultaat van decennia van apartheidspolitiek en het domein van de donkere Zuid-Afrikaan. Het is moeilijk voor te stellen dat de armoede zo dichtbij is als je door het rijke centrum van Stellenbosch loopt. Het feit dat het grootste deel van de studenten van de universiteit blank is, draagt daar ook aan bij.